Terug

WINNAAR 1998: HANS WIEBENGA

UITREIKING ‘KEES KONING VREDESPRIJS’, ZONDAG 27 SEPTEMBER 1998 TE EINDHOVEN, WAAROM EEN (KEES KONING) VREDESPRIJS?

Heel simpel, er worden al veel te lang militairen in het zonnetje gezet, maar vredesactivisten te weinig.

HOE WERKTE DE KK-VREDESPRIJSCOMMISSIE?

De PSP’92 heeft in 1997 een commissie ingesteld die op basis van een reglement en in bepaalde samenstelling gerechtigd was met nominaties voor de prijs te komen en daarover aan het PSP’92 bestuur te rapporteren. De commissie heeft de leden gevraagd met suggesties te komen, daarbij aangevend, wat de kriteria waren om als persoon of organisatie in aanmerking te kunnen komen voor de prijs. Dat werden er 24 namelijk 10 organisaties, 10 mannen en slechts 4 vrouwen. Deze laatste mogen wel eens met name in het openbaar genoemd worden:

·       Mariëtte Moors, medestandster van Kees Koning.

·       Truus Menger, actief tegen de apartheid etc; heeft recent een onderscheiding ontvangen

·       Gonnus Doeve, medestandster van Kees Koning

·       Annemie Ummels, vredesactiviste in hart en nieren.

DE PRIJS GAAT NAAR EEN MAN, die zijn sporen in het antimilitarisme in Nederland verdiend heeft: Actief in de Algemene Nederlandse Vredes Actie (ANVA), de Nederlandse tak van War Resisters International, die in 1980 samenging met de WEPS in ‘t Kan Anders en al sedert het jaar 1946.

·   Hij was actief in de ‘oude’ PSP: eerst als lid van het Partijbestuur van 1959-1962 en later van 1973-1975; als voorzitter van 1965-1969 en deels gelijktijdig Tweede Kamerlid van 1976-1972; van 1974-1975 gemeenteraadslid in Bloemendaal voor die partij.

·   Oud-voorzitter van de Stichting Verbiedt de Kruisraketten, die uiteindelijk de juridische slag van de Staat der Nederlanden won inzake de plaatsing van dit wapentuig.

·   Vice-voorzitter van PAIS (voortzetting van ‘t Kan Anders en Van Zwaarden naar Ploegscharen).

·   (ere)voorzitter van de Stichting Anti Oorlogsmuseum als oprichter en motor erachter.

·   Actief in het Platform Radicale Vredesorganisaties (PRV) en namens hen in het Landelijk Overleg Vredesorganisaties (LOVO) en later het Landelijk Beraad (LBVO); actief namens de PRV in het Komitee Kruistraketten Nee (KKN).

Deze econoom van origine stelde in zijn bijdrage aan het boek ‘Onstuimig, maar geduldig’(1987) ‘De PSP paste in het vernieuwingsgezinde links-socialistische traditie (..) die duidelijk verschilde van de communistische en sociaal-democratische stromingen en zich kenmerkte door een open en ondogmatisch karakter’.

De politiek secretaris buitenland, Fries de Vries, stelde indertijd: ‘De partijorganisaties is in die jaren een ontzettend wrak geweest. Het was een wonder dat de club is blijven leven. (Hij) was de man die de zaak met elastiekjes aan elkaar plakte’.

Hij stond bekend als pacifist, maar hij was ook degenen die in zijn hoedanigheid als partijvoorzitter in 1966 schreef, dat de komst van de leden van de Socialistische Werkers Partij in de PSP een bewijs was voor haar links-socialistische inslag. Ook is duidelijk geworden, dat ons pacifisme nauw verbonden is met het radicaal socialisme’. Het verschijnen van de brochure ‘Rooddruk voor morgen’ in 1968 was een markant punt in de geschiedenis van de PSP; het was een algemene economische en politieke analyse met nadruk op zeggenschap in de produktie, wat moest voorkomen, dat de arbeidersbeweging in de hervormingssfeer bleef steken zonder aantasting van de eigendoms-verhoudingen en anderzijds de angst fdat de arbeiders nog meer in de ban zouden komen van de kapitalistische consumptiemaatschappij. Hij heeft nadien actief deelgenomen aan de richtingenstrijd in de PSP. Was het eerst de betekenis van het socialisme, nu kwam (in 1975) het pacifisme aan bod, voor het eerst sinds 1967. Het begrip ‘politiek pacifisme’ werd toen geïntroduceerd door Prof. J. de Graaf (lid van de Partij).

Het begrip fungeerde voor de PSP als leidraad, NIET als beginsel. Politiek pacifisme betekende zoveel als dat men in de wereld die vol is van structureel geweld, van revoluties en tegenrevoluties streeft naar het scheppen van voorwaarden voor een minimalisering van geweld.

Was nu ja dan nee aan het pacifisme een ondergeschikte plaats toegekend binnen het raam van de tactiek van revolutionaire acties i.p.v. een principieel uitgangspunt voor alle maatschappelijk en politiek gedrag? Stelde onze man.

Was aan de orde een radicaal afwijzen van het geweld als middel om politieke doeleinden te bereiken of een streven naar minimalisering van geweld, dat gemotiveerd kan zijn door principiële en/of praktische overwegingen, oftewel de keus tussen principiële geweldloosheid en politiek pacifisme?

Die laatste invalshoek kreeg de overhand op een partijcongres in 1975. Toen ontstond de werkgroep Appèl, omdat deze een beroep wilde doen op de partij om het pacifisme van de PSP onverkort te handhaven. Nu werd er immers getornd aan de beginselen van 1962, was het idee. Op het congres van 1977 (Rotterdam) verloor de Appèlgroep het pleit en bedankten sommige leden voor de partij waaronder deze man. De werkgroep Appèl werd al snel omgevormd tot WEPS (Werkgroep voor Ecologie, Pacifisme en Socialisme), die in 1980 fuseerde met de ANVA tot ‘t Kan Anders, de radicaal-pacifistische vleugel van de vredesbeweging. Hij was er van het begin tot het eind bij (weer meer dan 20 jaar).

Het is: HANS WIEBENGA (81)

Gefeliciteerd met de prijs

Aris Kon